Doorheen ons leven, ons huwelijk en ons gezin loopt een bijzondere lijn.
Geen fundering, die hebben we zelf gelegd, 
maar een gouden draad die al jaren met ons meebeweegt.

De mensen die naast ons zijn blijven staan,
die meeleefden, aanvoelden, hielpen en droegen waar het nodig was,
zij zijn die zachte, warme draad die ons verhaal kleur geeft.

Ze waren er nooit om het stuur over te nemen,
maar wel om mee richting te geven wanneer het donkerder werd.
Nooit de basis van ons Huisje Weltevree,
maar wel het gouden accent dat het geheel sterker en warmer maakt.

Zij zijn de Gouden Draad:
een subtiele, maar onmisbare lijn doorheen al onze jaren,
doorheen onze mijlpalen en stormen,
doorheen ons gezin, dat we zelf bouwden, maar nooit helemaal alleen.

De Gouden Draad

Onze goedlachse gouden kracht

Oma is iemand apart.
Zo eentje waarvan je meteen voelt: dit is een vrouw met een hart van goud en een warmte die elke dag een beetje mooier maakt.

Ze heeft zelf al meer meegemaakt dan ze ooit zal zeggen,
heeft kanker overwonnen met een kracht die stil maakt,
en staat ondanks alles nog altijd in het leven met humor.

 

Ze heeft  in de diamant gewerkt samen met vava. Uren van geduld en precisie, eigenschappen die vandaag nog steeds door haar hele leven lopen. 
En wie haar ooit in het café heeft bezig gezien, weet het:
oma kon een zaak runnen zoals geen ander. Plezier brengen, mensen laten lachen, warmte rondstrooien…dat zit in haar natuur.

 

En dan is er de zomer op de boot.
Haar trots, haar vrijheid..en natuurlijk draagt die boot
de namen van haar twee grootste schatten: Oddo.

Oma houdt de boot spic en span alsof er elke dag inspectie komt.
Op de steiger is er niemand zo ordelijk, zo precies, zo klaar om elk touw, kussen of glas recht te zetten. 
En wie aan boord stapt, wordt meteen ontvangen met een glaasje, een hapje en een gastvrijheid waar menig jachthaven jaloers op zou zijn.

Maar tijdens het varen en vooral het aanmeren speelt oma de matroos van opa. Een rol die ze met liefde vervult, al werkt dat soms even goed samen
als een zeilboot in een windstilte. 
Toch: zij roept, hij stuurt, en uiteindelijk komt Oddo altijd netjes aan wal.
Want hoe chaotisch het moment soms lijkt, hun teamwork is goud waard.

 

De band met haar kleinzonen is iets heel bijzonders.
Met Douwe bouwde ze een bijna heilige connectie op,
na eindeloze uren samen in de wachtkamer van Lut en Tineke.
Uren waarin ze keek, luisterde, wachtte, steunde en zonder het te zeggen alles gaf wat hij nodig had.

En dan is er Ode, haar stille hartendiefje.
In het begin wisten ze niet goed hoe ze elkaar moesten vinden:
hoe kon oma al haar liefde nog verdelen?
Maar kijk… het is haar gelukt, zoals alleen oma’s dat kunnen.
Ondertussen deelt ze haar hart moeiteloos in twee,
en heeft ze met beide kleinzonen een band die niet breekt, niet wankelt, en alleen maar groeit.

Dit jaar wordt oma 65 .. een leeftijd waarop de meeste mensen dromen van pensioen. 
Maar oma? Die draait vrolijk verder alsof ze een eigen zorgcentrum runt:
zorgen, poetsen, organiseren… en dat alles met een glimlach op haar gezicht! 

 

De man van Grote Mening, maar nog een Groter Hart

Toen opa voor het eerst opa werd, probeerde hij nog stoer te doen:
“’t Zal toch geen jongen worden, hé.”
Maar zodra Douwe en Ode er waren, waren ze zijn wereld.
Hij zegt het niet vaak, of eerlijk: hij zegt het bijna nooit, maar opa is zó fier op alles wat ze doen. Hij kijkt, hij volgt, hij moppert wat mee aan de zijlijn…
maar zijn hart glundert sneller dan zijn mond kan bijhouden.

Opa is nu eenmaal geen eenvoudige mens.
Hij kan tieren, heeft meningen die duidelijker zijn dan een verkeersbord,
en zegt altijd precies wat hij denkt: te nemen of te laten.
Maar als het erop aankomt, is hij zo zacht als boter die al uren in de zon ligt. Een grote mond, een nog groter hart.

 

Opa heeft heel zijn leven gewerkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.
Niet met een glimlach, hoor, laten we eerlijk zijn.
Maar hij deed het wel, dag na dag, jaar na jaar, met een doorzettingskracht waar je alleen maar respect voor kunt hebben.

En dan is er de koers.
Hij heeft zelf koers gereden, kop in de wind, benen die brandden,
maar nooit opgeven..dat zat niet in zijn woordenboek.

En opa… die kan verhalen vertellen.
Verhalen die altijd beginnen met:“Toen ik zo jong was als jullie hé…”

En dan vertrekken we: van het verhaal over de oorring en dan komt zijn andere klassieker: de curryworst in zeven stukken.
Iedereen kent het verhaal, iedereen kan het meezeggen,
maar niemand wil het missen als hij eraan begint.

 

Dit jaar wordt opa 66. Te been zijn is niet altijd zijn sterkste kant meer,
maar geef hem de sleutel van Oddo en hij verandert weer in de trotse kapitein van weleer. Daar, achter het stuur, voelt hij zich weer jong!

Hij is ook al zes jaar lang de chauffeur van Ode, elke ochtend naar Malle,
op een uur waarop zelfs de vogels nog niet aan fluiten denken. 
En ja, hij klaagt over het vroege uur, maar hij staat elke dag opnieuw klaar,
zonder één keer te twijfelen. Dat ís opa: luid in woorden, maar nóg luider in liefde.

 

En met Douwe deelt hij een traditie die hij van vava heeft overgenomen:
gaan vissen. Al jaagt hij tijdens het vissen met zijn getier meer vissen weg dan hij er vangt. 
Maar achteraf? Dan zitten ze samen te lachen terwijl opa het visgerief sorteert. Douwe noemt hem steevast: “mijne maat.”


En dat is misschien wel de mooiste eretitel die hij kon krijgen.

Moemoe: Een hart vol liefde

Moemoe is eigenlijk al overgrootmoeder van Douwe en Ode,
maar wie haar bezig ziet, zou haar dat nooit geven.
De jongens hebben haar jong gehouden, en zij is voor hen jarenlang een vaste waarde geweest.

Moemoe is een fervent fietser. Ze wil elke dag haar ritje doen, weer of geen weer. Maar ja, in december wordt ze 88 jaar, en dan begint een mens dat overal een beetje te voelen.

En oh, wat heeft ze genoten van de komst van Douwe en Ode.
Toen de jongens wat groter waren, liep moemoe met hen het liefste den hof in:  takken zagen, blaadjes bijeen, en dan het allerbeste:
een vuurtje maken in ’t kot.

Dat Douwe ASS heeft, vond moemoe in het begin zwaar.
Niet omdat ze hem niet begreep, maar omdat ze wou dat zijn leven eenvoudiger zou zijn.
Toch heeft ze altijd haar hart geopend voor hem,
op haar tempo, op haar manier.
En vandaag heeft ze een band met hem die onbreekbaar is.
De zetel waar vava altijd lag?
Die blijft tot de eeuwigheid.
Douwe ligt daar nu in,
en samen halen ze herinneringen op aan vroeger,
alsof vava nog heel even bij hen komt zitten.

En dan is er Ode.
Die springt bijna dagelijks eens binnen,
alsof moemoe deel uitmaakt van zijn vaste route.
Ze spelen samen Rummikub,
al is Ode soms zo snel in zijn slimme weetjes
dat moemoe hem niet altijd meer kan volgen.

Ze is onze moemoe.
Onze gouden draad van een andere generatie.

Vava: Onze eeuwige inspiratie

Vava hield van eenvoud. Van rust.
Van dingen die niet schreeuwen maar blijven.
Hij was geen man van grote woorden, maar wel een baken.
Met hem naast je werd alles rustiger, overzichtelijker, lichter.

Vava was een fervent duivenliefhebber. Quievrain was zijn vaste speelveld 
elke lossing even spannend, elke terugkeer een klein feest.
We gingen maar al te graag mee de duiven inkeven,
want daarna volgde steevast een drankje en een reep chocola.
En dan die frieten.
De frieten die hij in ’t kot bakte, precies goed, niemand kan ze nog namaken. Zoals zoveel bij vava zat de magie in de eenvoud.

Hij genoot ook van een glaasje: of het nu een biertje was of een whisky, genieten deed hij sowieso.
Soms zelfs in een setting die helemaal níet des vava’s was:
die ene keer dat hij chic op weekend ging en een butler hem volgde met een asbak om zijn sigaret te kunnen doven zonder één stap te veel te zetten. Hilarisch... en vava wist niet wat hem overkwam.
Hij zou dit jaar, op 11 juli — de dag waarop wij samen het leven vieren —
90 jaar geworden zijn. Een datum die zacht prikt, omdat je dan even stilstaat bij wat had kunnen zijn.

Vava had een wijsheid die niet uit boeken kwam.
Maar koppig? Ja, dat ook.
Naar de dokter gaan? Geen denken aan.
Langzaam zagen we hem vechten in stilte, en als we probeerden hem mee te nemen naar de arts, werd hij boos. Hij bepaalde zijn koers het liefst zelf, tot op het plotse einde.

Douwe en Ode waren zijn oogappels.
Voor hen ging hij graag te voet naar de kleuterschool, met een Groene Michel in de mondhoek, de rook kringelend zoals alleen vava dat kon.

Hij hield van kleine uitstappen die bij hem pasten:
Vresse in de Ardennen voor stilte en natuur, fietstochten met moemoe,
die ene reis naar Lourdes, en misschien later nog een weekendje met moemoe naar zee. Geen groot vertoon, wel echte momenten.

Huisje Weltevree ademt vava.
Hij zit in elke steen, elke plank, elk verhaal dat hier verteld wordt.
Iedereen mist hem. Elke dag!
In alles wat we doen, nemen we hem mee.
Bij elke beslissing vragen we ons af: “Wat zou vava hiervan vinden?”
Zijn naam valt nog zo vaak , bijna alsof hij even binnenstapt en zijn stoffige "kiel" afklopt. 

We eren hem in alles wat hij was en alles wat hij deed.
Misschien is dat wel de mooiste manier om hem dichtbij te houden.

 

"Hun nalatenschap voelt als een warm deken dat je omslaat wanneer het leven even tegenzit."

De onvoorwaardelijke liefde, de eenvoud van geluk en de kracht van familie die zij ons hebben meegegeven, zijn de fundamenten waarop 'Huisje Weltevree' is gebouwd. Zij leerden ons dat de grootste rijkdom schuilt in de mensen om je heen en in de momenten die je deelt. Een warme thuis, waar geluk gewoon is, dat is wat zij ons nalieten.